Active House Blog Deel 54: Ander gedrag bij warmtepomp dan bij gasketel

Active House Blog Deel 54: Ander gedrag bij warmtepomp dan bij gasketel

Een gasketel levert een oneindige stroom van energie die zonder consequenties bijna oneindig veel warmte blijft leveren. De enige feedback die je krijgt is aan het eind van het jaar wanneer je energieleverancier aangeeft hoeveel je moet bijbetalen of terugkrijgt. Enige terugkoppeling op je gedrag is afwezig. Mijn warmtepomp heb ik nu zó afgesteld dat hij praktisch gezien bijna hetzelfde comfort geeft, maar daar ging wel een leercurve aan vooraf, met regelmatig een terugkoppel-moment.

Sinds deze zomer (2018, redactie). heb ik definitieve opstelling van warmtepomp en buffervat in mijn energieneutrale Active House. Hoewel ik nu de tweede winter in ga sinds ik in mijn woning ben getrokken, is dit voor mij nu weer een nieuwe situatie, omdat mijn vorige installatietechnische oplossing een tijdelijke was (lees ook hier over het hoe en waarom).

Omdat ik sinds november weer behoefte krijg aan verwarming, is het nu voor het eerst dat mijn warmtepomp de warmte voor zowel warm tapwater als ruimteverwarming moet maken, en soms tegelijkertijd. En dat heeft een leercurve. Een leercurve voor mij persoonlijk dan, aangezien ik het interessant vind om met de instellingen te spelen om enerzijds zo energiezuinig mogelijk af te stellen, maar anderzijds maximaal comfort te bieden. Het optimum ligt natuurlijk ergens in het midden, en door mijn gerommel met instellingen krijg ik nu een heel goed beeld van de werking van het systeem, reactietijden van verwarming of tapwater, energieconsumptie, en het beschikbare comfort.

Vooropgesteld: ik heb geen standaard woning. Ik heb lage temperatuur watergedragen vloer-, plafond en/of wandverwarming. Waar in de meeste woningen dit uitgevoerd wordt met vloerverwarmingsbuizen die weggewerkt zitten onder 8 cm beton, maak ik gebruik van BioClina, wat (bij mij) slechts ongeveer 1,5 cm onder het oppervlak ligt. Het verschil is dat traditionele vloerverwarming een reactietijd heeft van 6 tot 8 uur, en in praktijk dus het hele stookseizoen aanstaat (grofweg van november tot april), terwijl het systeem dat ik heb in na half uur voelbare warmte begint af te geven, waardoor ik de verwarming ’s nachts of als ik op mijn werk ben laag kan zetten.

Omdat ik afgelopen zomer alleen maar behoefte had aan warm tapwater (douche en bad), had ik mijn warmtepomp zó ingesteld dat die rond 1 uur ‘s middags de bovenste helft van mijn 300 liter buffervat (die is voor tapwater, de onderste helft is voor de verwarming) verwarmde tot 60 graden. De onderste helft werd op een basistemperatuur gehouden van 35 graden, de bovenste helft mocht de rest van de dag in principe weer afkoelen tot 40 graden. Het idee daarachter was dat ‘s middags om één uur de zon-intensiteit het hoogst is, en ik dus maximale opbrengst heb van mijn zonnepanelen op het dak. Het warme water werkt zo als thermische batterij van energie. Het buffervat is goed geïsoleerd, dus het water blijft wel warm tot ‘s avonds, als ik warm water nodig heb voor de douche. Mocht ik nu heel lang willen douchen, of meerdere douches nodig hebben, dan zou de onderste helft van 35 graden warm genoeg zijn om, gemengd met het warme water van 60 graden, voldoende warmte te bieden. De hele zomer ging dit goed.

Maar toen werd het kouder buiten, en kreeg ik behoefte aan verwarming. Niet langer werd alleen de bovenste helft van mijn buffervat aangesproken, ook de onderste helft moest warmte gaan leveren. En daar ging begon mijn leerproces. Mijn warmtepomp heeft maar 40% van het vermogen dat ik zou ‘moeten’ hebben volgens de rekenregels. Dat was een heel bewuste keuze van mij, maar betekent wel dat ik bij mijn gekozen instellingen te weinig vermogen had om een koud huis (na een weekje weg) op te warmen en tegelijkertijd te douchen. De onderste helft van mijn buffervat koelt namelijk af doordat ik mijn huis ga verwarmen en is niet langer 37 graden, maar bijvoorbeeld 27 graden. En als ik dan ’s morgens wil douchen terwijl ik de avond ervoor ook al heb gedoucht (en het water van 60 graden al op is), heb ik te weinig warmte over om comfortabel langer dan 5 minuten te douchen voordat het water koud wordt. Doordat aan alle kanten warmte onttrokken wordt begint de inhoud van het vat toch te mengen, waardoor koud water mengt met het warme water, en mijn douchewater onder de 35 graden zakte. Leerpuntje.

Ik heb nu mijn warmtepomp anders ingesteld. De temperatuur van 60 graden wordt vastgehouden tussen 13:00 en 22:00 uur zodat extra warmte wordt bijgemaakt als ik ’s avonds douche. De temperatuur aan de onderkant van het buffervat heb ik verhoogd naar 40 graden, en ik maak onderscheid tussen weekdagen en weekenddagen bij de aanmaak van warm water. Consequentie is dat ik meer energie verbruik, maar ook meer comfort heb.

Nog een gevolg van mijn probeersels is dat ik nu een heel goed inzicht heb in de energetische consequenties van verwarming en warm tapwater. Ik kan voor mijn woning nu bijna per kWh voorspellen hoeveel energie ik per dag gebruik op basis van de buitentemperatuur, zoninstraling en aantal douches. Belangrijk leerpunt hierin is dat een warmtepomp absoluut een ander gedrag heeft dan een gasketel. Een goed instelling en afstemming op de woning en bewoner is belangrijk. Hier ligt nog een taak voor installateurs bij bewoners die niet zo nieuwsgierig zijn als ik.

Bas Hasselaar is werkzaam als Adviseur Bouwfysica & Duurzaamheid bij DGMR en te bereiken op bha@dgmr.nl.

 

Sluit Menu

[oceanwp_library id=”5785″]